| Johan Van Nijen |
Uitgeverij De Graal Vennenwandeling 2 |
||||||||||
|
Vennenwandeling deel 2
Topografische kaart nr. 8/7-8 en 8/3-4 van het NGI
En dat blijft erover: niets. Rechts van de vijf deurgaten stond de silo. Wandelaars van Turnhout kunnen het zich misschien nog herinneren. Hoe het vroeger was.
Toen lagen er geen plezierjachten in de haven, maar rivierschepen - Kempenaars - die werk brachten. Je kunt je afvragen wat het beste is. Ja, dat waren tijden. Toen de winters nog echte winters waren, enz. enz. enz.
We laten ons gemoed vol nostalgie stromen naar de tijden toen alles toch veel beter was. Toen was het dit en toen was het dat. Wie het liedje kent, mag het meezingen: "Heimwee doet ons hart verlangen..." Ja, dat waren tijden. Maar ze zijn voorbij, voor eens en voor altijd voorbij, onherroepelijk voorbij. Het leven neemt geen keer, hoe graag we dat misschien ook zouden willen. We kijken naar de overkant van de kom... en wat zien we nu? Een fabuleuze teletijdmachine heeft Allard weer op zijn oude plaats gezet. Dat stinkfabriek. Goed dat het weg is.
De kraan was van een betoncentrale.
Nieuwe Kaai 1977. Hallo, teletijdmachine. Breng de nieuwe 'Nieuwe Kaai' terug. En vlug a.u.b.
Dat is inderdaad veel mooier. Daar kun je misschien wel een prijs mee winnen ook. We laten het verleden rusten, definitief, of misschien toch niet, en stappen weer het heden in. Dat is veiliger. Geen avonturen in een ver verleden. Je verdwaalt er misschien wel. Op het water en op het land is bijna altijd wel iets te beleven.
Of een hond, genaamd Trix, voor wie niets te zwaar is.
Of een schilderes die de Nieuwe Kaai (en ook de Oude) op doek vastlegt en voor het nageslacht bewaart. Hoe heet eigenlijk de overkant van de Nieuwe Kaai, het gedeelte tussen de Veldekensweg en de vaart, een plaats waar geen rustbanken staan. En zoals we kunnen vaststellen is ook aan deze kant veel te zien. We zullen het maar de Vaartdijk noemen. We verlaten nu de Vaartdijk en kiezen resoluut voor de Veldekensweg. De Veldekensweg is een weg voor alle seizoenen, altijd even mooi en altijd anders.
In de winter.
In de zomer
Vanuit elk standpunt.
En nog een ander standpunt.
En met fluitenkruid. Ik had ooit een mooi gedicht geschreven over fluitenkruid - dat denk ik tenminste - maar ik vind het niet meer terug. Het ging als volgt: Het fluitenkruid groeit en bloeit en fluit en fluit... Mooi? Of is er toch niets verloren gegaan?
We zijn nu voorgoed vertrokken. De ruimte gaat weer open op een kier en we stappen een vertrouwde wereld in. We zien dezelfde dingen als de vorige keer, en ze zijn toch niet helemaal hetzelfde: het weer is anders, een andere lichtinval, een andere stemming. Zoveel dat kan veranderen. Dat is het mooie aan een wandeling: hoe vaak je ze ook doet, ze is toch altijd anders.
|
|||||||||||
| Home | © Uitgeverij De Graal 2006 |