|
|||||||
| Willem die de Médoc maakte, waarvan hij soms wat zat geraakte, hij vond het heel raar dat nog geen Antwerpenaar de sage van de Reinaert heeft herschreven, maar daar is 't toch niet bij gebleven DE SAGE VAN REINAERT DE VOS Een vos aan wie men hier de naam van Reinaert gaf, zat 't hoofd gebogen, schier drie dagen bij een graf te bidden zeer devoot voor 't zielenheil van deze die van een ziekte dood in 't graf lag ongenezen. Dit kwam ter ore van de raadsheer van de koning een zeer verdienstelijk man inzake van de honing die 't hof sinds vele jaren, al wie van Vlaamse aard onder de ambtenaren, reeds smeerde aan de baard. Hij vreesde een complot! Misschien was 't maar een kieken gestorven van het snot? Maar dat zou men toch rieken! De raadsheer nam 't besluit die Reinaert t' ondervragen waarom hij met beschuit en water ganse dagen te bidden zat devoot bij iemand afgestorven door een geheime dood, daar onder grond bedolven? |
Maar Reinaert zei alleen: hier ligt nu vleugellam een wezen slecht te been, dat ooit van ergens kwam! Misschien was 't van de maan? die op een toren scheen en waar een tikkenhaan verbrandde tot op 't been Of kwam het uit Broecksele waar ergens in een straat in plaats van daar te spelen een knaap te pissen staat? Het kan dus naar men zegde een soort van koekoek zijn die hier een windei legde en stierf in barenspijn De raadsheer die dat hoorde ontleedde iedere letter en sprak: wel die vermoorde, dat is een kiekenfretter! Een Brusseleer dat is 't die vleugellam geslagen, zijn broekske volgepist ten grave werd gedragen. In Mechelen kan dan weer een kieken koekoek heten en heeft een sukkeleer het daar uit moeten zweten. Ik hoorde van die vos dat 't om een raadsel gaat hij liet niks anders los dan onverstaanbare praat! Hij sloofde zich dus af om alles uit te leggen wat hij daar bij het graf de vos had horen zeggen. |
Ja Sire, gij zult nu wel moeten kiezen tussen wie dat er volgens u daar ligt tussen de mussen! Je pense, zei Bébère 't is zeker die pompier! Maar 't blijft toch een mystère! 't Probleem is geen klein bier! Fermez donc vite la
porte, |
Luistert nu eens naar mij, zei Reinaert onbewogen, wat ik daarstrakskes zei, dat is wel wat gelogen. Ik kan u zeggen dat hier tussen galg en raven, de allergrootste schat van Vlaanderen ligt begraven. En vlugger dan de wind reed toen de Raadsheer terug, zo rap en zo gezwind, het was gelijk een zucht. Hij bracht toen trouw en slim, verslag uit bij de kroon, hij hoopte op een prime voor bij zijn hongerloon. Dedju, riep toen Bebère, wij zijn toch weer de duppen! Waarom niet deze keer direct beginnen schuppen? Ziet toch eens aan wat wij de Walen kunnen gunnen als er gelijk gij zei een schat ligt te verdunnen, zonder dat iemand 't weet in onze schone natie! Da 's toch geen muggenscheet, een schat, dat is een gratie! Verwittigt van dat lood de mannen van financie want Wallonie heeft nood aan een serieus' expansie |
en pakt maar de camion van het Paleis van Laken, ik schrijf u wel een bon om ginder te geraken. Wij gaan ze toch dat geld niet zomaar laten houwen en zie da' ge 't goed telt, ze zijn niet te betrouwen. En legt maar wat opzij als 't kan een paar miljoen, voor Paola en voor mij, want 'k moet commissies doen. De Raadsheer reed toen vlug naar 't graf met de camion, zie 'k ben hier al terug op vraag van Papillon! Ik heb vijf mensen om de schat rap op te graven die werken zich wel krom want 't zijn maar Vlaamse slaven! Doe gerust, zei toen de vos, ge kunt me wel geloven ik ga terug naar 't bos, haalt gij de schat maar boven. Zo vonden ze de kist waarin wat knoken bleven en dat wat niemand wist stond op de kist geschreven. Hier ligt de grootste schat die Vlaanderen ooit bezat geluk voor wie hem vond: het is zijn vadergrond! Gust van Brussel |
|||
| Home | © Uitgeverij De Graal 2006 |