|
EERSTE HOOFDSTUK
Mijn vrouw was de laatste tijd niet spraakzaam. Als ik
erover nadenk, is ze de laatste twee jaar op zichzeIf
gekeerd gaan leven. lk had geen enkel bezwaar tegen
de ontzettend hoge prijs van de antihormonen. Mijn
raad? Niet te nemen. Maar vrouwen moet je zelf laten
beslissen. Dat is steeds zo geweest. Bij mensen van
tachtig hebben medicijnen zeer weinig invloed op een
uitgezaaide kanker. Dat meende mijn neef dokter. De
man is nog jong, maar helemaal niet dom.
Ik loop mij weer te ergeren aan de vieze smaak van de
bedorven lucht. De ganse weg langs het park naar de
Porta di Roma stinkt naar de vervuiling. Je vraagt je af
hoe de vogels het daarboven in het lover uithouden.
Nu moet ik plaats maken voor kinderen. Zij leven
zodanig opgesloten in hun wereldje dat ze mij niet
eens opmerken. Ik loop dan maar op de weggezakte
zijkant van het zandpad. De stortbui van eergisteren
heeft een gedeelte van de parklaan weg gespoeld. Er
kuiert een nurse achter hen aan met twee jengelende
jongetjes. Kinderen van de rijke juweliers die bij de
poort gevestigd zijn. Die hebben nog meiden met een
witte muts en een gestreepte grijze jurk tot over de
knieën. De jongens willen naar het miniatuurtreintje
en naar de gelatiman. Het zijn dezelfde kinderen als
de jeugd die hier duizend jaar geleden in het park van
Milaan rondliep.
Eentje, een kleuter aan de hand van grote zus, loopt
me een eind voorbij en draait zich plots om. Een
groene dinosaurus in zijn hand. Het lijkt erop dat hij
me bang wil maken. Op mijn ouderdom ben ik niet
meer bang voor dinosaurussen. Dat zal hij pas later
begrijpen. Misschien heb ik naar het agressieve ventje
gelachen. Om hem geluk te wensen met zijn Jurassic
Parkbeest. Ik besef niet precies wat ik daarnet deed. Er
lag een dode merel op de weg met uit gestrekte
vleugels. Net een vogelchristus. Daar keek ik naar.
Dat weet ik zeker. Alles gaat zo vlug aan me voorbij.
|
Enkele stemmen over 'Het laatste Fresco'
Peter Motte in 'De Tijdlijn'
Met "Het laatste Fresco" heeft Gust van Brussel een van de beste boeken geschreven die ik
de laatste maanden heb gelezen.
Natuurlijk klinkt zo'n uitspraak niet overtuigend als ze niet in de nationale krant wordt
gepubliceerd of in een belangrijke literair tijdschrift, maar late we wel wezen: het boek heeft veel
kwaliteiten.
Elsie Laes in 'Wel' Universitaire werkgroep literatuur en media
Gedurende de eerste dertig bladzijden komt de roman wat haperend op gang alsof de auteur
worstelt met het vinden van de juiste stijl en zinsbouw, nadien ontvouwt hij zich tot een vlot meeslepend
meesterwerkje....
... dat zijn echte waarde daarentegen ontleent aan de pure eenvoud van het sterke, aangrijpende
en prachtig geschreven relaas van de oude man die zich compleet verloren voelt na het overlijden van
zijn geliefde, zijn steun en toeverlaat sinds jaren, en die besluit: '...zo denk ik nu.
Eindelijk. Omdat ik geen reden meer voel tot leven. Ik wil naar haar toe. Waar ze ook is, is zal haar vinden'.
(blz. 129)
|