|
EERSTE HOOFDSTUK
Geboorte
en bevrijding
Anneke
Door een regen van bommen holt de tante met de pasgeboren baby naar de
schuilkelder. Een zuil van zand en modder spuit op. Een dikke tak
breekt af en zakt krakend door de andere takken op de grond. Scherven
vliegen de kippenren aan de zijkant van het huis in, de kippen rennen
krijsend het hok binnen, een blijft er liggen. Die gaat straks in de
pot. Het is een wonder dat er geen bom valt op het blok van twee in de
eerste bocht van De Lange Weg waar in de linker woning Anneke Weels net
haar tweede kind ter wereld heeft gebracht. De tante is uit de
achterdeur gekomen en spurt tussen kolenhok en plee links en lindeboom
rechts tot aan de schapen-draad van de hof van de buren. Die hof ligt
voor een groot deel achter het huis van Anneke, want die van haar
begint naast haar woning en loopt dan net als die van de buren zo 'n
vijftig meter naar achter. De tante rent langs de draad naar links,
voorbij de jonge perzikboompjes die uit de pitten zijn gegroeid die
vader Leo daar drie jaar geleden bij de geboorte van het eerste kind in
de grond heeft gestopt. Dat kind, een meisje, is nu ernstig ziek. En
anderhalf jaar na de geboorte van dat eerste heeft Anneke een miskraam
gehad. Met de baby die nu onderweg is naar de schuilkelder, een jongen,
moet het goed gaan! De kelder waar de tante zich met het kind in laat
zakken heeft Leo zelf gegraven. Het zijn maar balken en stammen met een
dikke laag aarde erop waar ze onder schuilen, dus tegen een voltreffer
zal het niet helpen, maar tegen een bom in de buurt en rondvliegende
scherven wel. Hij is aan het zicht onttrokken door de staakbonen die er
nu, eind zomer, groen en weelderig, metershoog omheen staan. Veel
mensen hebben een schuilkelder in de tuin. Dat is van-wege de nabijheid
van het vliegveld dat sinds D-day, nu bijna vier maanden geleden,
steeds maar weer door de Engelsen wordt gebombardeerd. Ruim vier jaar
daarvoor waren het de Duitsers die het vliegveld bombardeerden.
|
De laatste bladzijde
En dan de doorbraak en meteen het einde. Een kunstenares vertelt op de
landelijke televisie dat Heintje haar van al haar kwalen heeft genezen.
De presentator zegt dat hij last heeft van
zijn been en voor het oog van miljoenen bestrijkt Heintje het been.
Duizenden reacties, honderden mensen op bezoek. Heintje moet
uitbreiden, er moet gebouwd worden: een behandelruimte, een wachtkamer,
een toilet, een keuken. Hij neemt een secretaresse. "De mannen," zei
Heintje, "moeten, als ze jou met je korte rokje zien, denken dat ze
weer willen leven, dat ze nog jaren hier willen blijven lopen, als ze
maar blijven leven."
De bouwmaterialen staan klaar op de binnenplaats. Dan krijgt Heintje,
terwijl er niemand in de buurt is, een hartaanval en ligt daar voor de
duivenhokken temidden van de stapels stenen, de kozijnen en de ruiten.
Hij komt niet meer bij.
De Vrouwen van de Eerste Huizen, een aantal weken later
Er
is een groene laag algen over de kozijnen en de ruiten gekomen. De
stenen zijn zwart geworden van het vocht. De aannemer wilde ze niet
terugnemen. Zaken zijn zaken. Hein zou niet anders gehandeld hebben. De
secretaresse is nog goed terechtgekomen, ze is assistente geworden bij
een echte dokter.
E I N D E
|